Afgelopen weekend was het eindelijk zover: de eerste Franse stayerduathlon van het seizoen stond op het program. Plaats waar de festiviteiten plaats vonden: les Sables d’Olonne. Deze stad ligt ongeveer 500km ten zuidwesten van Parijs aan de Atlantische oceaan. De duathlon in duathlon was ditmaal dus 1000km autorijden, 75min sporten, 1000km autorijden.
Na Ruth op zaterdagmiddag in Les Sables bij haar ploeg afgezet te hebben, werd het tijd om mijn team op te zoeken. De samenstelling van de ploeg was nogal veranderd afgelopen winter: het vertrek van Xavier Boulanger en de pauze van Damien Rolin is opgevangen met het aantrekken van Alexandre Cellier, trainingsmaat van kopman Nicolas d’Harveng en Ludovic Trossat. Samen met David Duquesnoy, meest stabiele factor van de afgelopen 2 jaar, mogen we dit jaar het zwartwit van Chaumont verdedigen.
Goed, de wedstrijd. Waar bij Nederlandse duathlons vaak nauwelijks mensen harder lopen in de eerste run, moet ik in Frankrijk vaak knokken voor een plek in de top25. Wedstrijd in een wedstrijd zou ook nog de strijd voor snelste Nederlander worden. Andere jaren liep ik vaak tegen Armand van der Smissen of Wim Nieuwkerk, nu stond er een hele kudde Hollanders klaar. Caimin Stevens, Gert-Jan Liefers (beide voor Cote d’Opale) en Juul van der Kruijs (Cambrais) maakten hun debuut in een Grand Prix. Bovendien wilde ik in de eerste groep meefietsen, dus moest het extra hard. Na zo’n 14 minuten voluit gerend te hebben, zat ik perfect geplaatst. Ik had de koploper in het vizier en kon dus relaxed wisselen en rustig meefietsen.
Dacht ik. De eerste 2km werd er meteen hard gereden en zat ik met mijn voeten bovenop mijn wielrenschoenen zonder mogelijkheid om mijn wissel af te maken. Ik was trouwens niet de enige, er waren slechts 3-4 atleten om me heen die wel perfect gewisseld waren. Na die 2km viel het een beetje stil, er werd slechts 40km/u gereden ipv 45, waardoor ik in mijn schoenen kon schuiven en een slokje drinken kon nemen. Op dat moment had ik ook geen idee hoe mijn tweede run zou verlopen, ik zat stuk.
Een voordeel van stayerduathlons is wel dat je uit kunt rusten op de fiets. De volledige 30km heb ik bij mensen in het wiel gezeten, wat gedronken en zelfs af en toe genoten van het uitzicht op zee. “Eigen tempo” met groep 1 van Hellas is soms minder rustgevend. Maar, aan alle pret komt een eind en zo ook aan dit genieten.
Bij het inrijden/rennen van de wisselzone zat ik toch weer iets te ver naar achter en dus wisselde ik rond plek 30-35. Er was een groepje van 4 man weggereden uit onze groep, dus we mochten rennen voor een 5e plaats. Na een halve kilometer in de tweede run zag ik voor me een lint atleten lopen die allemaal wel inhaalbaar leken. In tegenstelling tot andere jaren waren mijn benen relatief fris. Soepel lopend, voor zover je soepel kunt lopen in een tweede run, schoof ik in ronde 1 (van 2) flink wat plaatsen op richting de 17e stek. Achter mij aan liep twee man en tijdens de tweede ronde groeide onze groep tot 5. Wel haalden we nog een aantal lopers in, waardoor ik geen idee meer had waarvoor we streden. Dat is het mooie van rennen: verstand op nul en gaan. De laatste kilometer was een ruime 3 minuten van rennen, stukgaan, versnellen, doodgaan, toch doorversnellen, weer doodgaan om vervolgens een eindsprint in te zetten. Spijtig genoeg waren twee Fransen net iets sneller in de eindsprint. Mijn resultaat: een 14e plek, in dezelfde seconde als nr. ’s 12 en 13 en op twee tellen gevolgd door nr. 15. En om het mooier te maken, mijn tweede run was goed voor een zevende looptijd, niet veel langzamer dan wereldtoppers als de Portugees Da Silva en de Brit Hobby. Korotm, een mooie opening van het seizoen! Bovendien werd Chaumont als ploeg 5de, ook dankzij de 10e stek van Nicolas en de 24e plaats van David. De andere Nederlanders had ik tijdens de wedstrijd niet gezien en ze bleken ook ruim achter me te zitten. Caimin en Juul hadden zich keurig staande gehouden met een 43e en 50e plaats, terwijl Gert-Jan door een gebrek aan looptraining de race in de tweede run staakte.
Bij de dames was er winst voor Ruth!
(tekst: Wouter Kegge)